Met deze generator maak je een werkblad patronen voortzetten: rijen hokjes waarin een patroon zich herhaalt, met een paar hokjes leeg. Het kind tekent de vorm of schrijft het getal dat op de open plek hoort.
Je vinkt aan wat mee mag doen: bij de vormen de volgordes AB, AAB, ABC, ABBA en ABCD, bij de getallen de sprongen van 1, 2, 5 en 10. Elke rij is er één van, dus vormen en getallen mogen samen op één blad staan zonder dat een rij door elkaar loopt.
Daarna zet je de rij zelf: 6 tot 12 hokjes lang, 1 tot 4 open plekken, en of die aan het eind of middenin vallen. Het aantal rijen loopt van 4 tot 12.
De vormrijen zijn voor groep 1/2: er hoeft niets gelezen of geschreven te worden, het kind tekent de cirkel, het vierkant of de ster na. De getalreeksen horen bij groep 3 en 4 — sprongen van 1 en 2 eerst, daarna van 5 en 10. Open plekken aan het eind zijn de makkelijke variant; middenin maken ze van dezelfde rij een flinke denkopgave, want dan moet het kind het patroon eerst herkennen.
Begin met AB over zes hokjes en één open plek aan het eind, en bouw van daaruit op. Voor verlengde instructie houd je de plekken aan het eind, voor de kinderen die er doorheen vliegen zet je ze middenin. De vormen verschillen in omtrek en in vulling en niet in kleur, dus een zwart-witkopie blijft bruikbaar.
Het antwoordblad is hetzelfde blad met elke open plek ingevuld, op precies dezelfde hokjes: de vorm getekend of het getal geschreven. Zo kijk je per rij na.
Ja. Je vinkt de volgordes en de sprongen aan die mee mogen doen, en elke rij kiest er één van. Binnen een rij staat nooit een mengsel van vormen en getallen.
Aan het eind van de rij of middenin. Aan het eind laat het kind de rij doorlopen; middenin moet het eerst zien welk patroon er zit. Je kiest er 1 tot 4 per rij.
Sprongen van 1, 2, 5 en 10. De rij begint bij een getal dat bij die sprong past, dus de reeks blijft rond: 5, 10, 15, 20 en niet 7, 12, 17.
Ja, daar is het op gemaakt. De zes vormen verschillen in omtrek en in vulling — open, dicht, gestreept, gestippeld of gearceerd — nooit alleen in kleur.