Met Leesbladen maak je een werkblad begrijpend lezen: een korte tekst voor jouw groep, met daaronder vragen die het kind met de tekst erbij beantwoordt. Je kiest de groep van 3 tot en met 8, een thema, de soorten vragen en hoeveel vragen je wilt.
De teksten zijn vooraf geschreven en nagelezen, en staan in een vaste verzameling. Met de knop "Nieuwe tekst" kies je een andere tekst uit die verzameling, en pas als je ze allemaal hebt gehad komt er een terug. De generator schrijft zelf niets op het moment dat je klikt, en er draait geen AI bij het kiezen van een tekst.
Naast het werkblad krijg je een antwoordblad. Op het antwoordblad is in de tekst gemarkeerd waar elk antwoord staat, zodat nakijken vooral lezen is en niet zoeken.
Meer werkbladen voor groep 3, groep 4, groep 5, groep 6, groep 7 en groep 8.
Het niveau van de tekst ligt rond het AVI-niveau dat bij de groep past, van AVI-M3 in groep 3 tot AVI-Plus in groep 8. We hebben het gemeten aan kenmerken die we noemen: de gemiddelde lengte van een zin, de lengte van woorden in letters en in lettergrepen, en het aandeel lange woorden. Dat zijn dezelfde soorten getallen als Cito over zijn eigen AVI-kaarten publiceert. Naast de keuze van groep en thema zie je de gemeten waarden van de tekst die je nu hebt.
Dit is dus een meting en geen AVI-toets, en daarom schrijven we "rond" een niveau. Hoe bekend of zeldzaam een woord is, meten we niet, want daarvoor is geen woordenlijst die we mogen gebruiken. Lees de tekst en de vragen daarom zelf na voordat je print: jij weet het best wat jouw groep al kent.
In groep 3 en 4 begint elke zin op een nieuwe regel en zijn alle vragen meerkeuze: een kruisje in het goede van drie hokjes. Vanaf groep 5 schrijven kinderen zelf hun antwoord, op één lijn bij een opzoekvraag en op twee lijnen bij een vraag die ze moeten afleiden.
De tekst wordt langer met de groep, en de letters worden kleiner. Een tekst past op één blad en de vragen lopen daarna door, in groep 8 meestal op het tweede blad. Groep 8 vraagt ook meer nadenken: daar staan meer afleidvragen op het blad dan in groep 3.
Bij een opzoekvraag staat het antwoord letterlijk in de tekst. Bij een afleidvraag staat het er niet zo, en moet het kind uit wat er staat zelf iets bedenken. Een woordbetekenisvraag gaat over een woord uit de tekst en heeft drie antwoorden om uit te kiezen. Bij een volgordevraag zet het kind een paar gebeurtenissen in de goede volgorde door nummers in hokjes te schrijven.
Je vinkt aan welke soorten op het blad mogen komen; minstens één moet aan blijven. De tekst, de vragen en de aanwijzingen op het blad zijn Nederlands, wat de taal van de site ook is.
Het antwoordblad heeft dezelfde bladzijden als het werkblad. Het stuk tekst waar het antwoord staat, is licht geel gemarkeerd en onderstreept, zodat je het ook op een zwart-witprinter ziet. Bij meerkeuze staat er een kruisje in het goede hokje, bij de volgorde het juiste nummer in elk hokje, en bij een open vraag een voorbeeldantwoord op de lijn.
De teksten zijn vooraf geschreven met hulp van AI en daarna nagelezen op taal, niveau en of elk antwoord in de tekst staat. Ze staan in een vaste verzameling. Er draait geen AI op het moment dat je op een knop klikt: de generator kiest alleen een tekst uit die verzameling.
Het niveau ligt rond het AVI-niveau van de groep, maar het is geen AVI-toets. We meten zinslengte, woordlengte en het aandeel lange woorden, en niet hoe bekend een woord is. Lees de tekst en de vragen daarom zelf na voor je print.
Hij kiest een andere tekst uit de verzameling voor jouw groep en thema. Je loopt ze allemaal langs voordat er een terugkomt. Is dat gebeurd, dan meldt de pagina dat je weer bij de eerste bent.
Print het antwoordblad. Daarop is in de tekst gemarkeerd waar elk antwoord staat, en staat het goede antwoord bij elke vraag al ingevuld. Je leest dus mee in plaats van zelf te zoeken.