Met deze generator maak je van een foto een kleurplaat op nummer. De foto wordt verdeeld in kleine vakjes die de randen in het plaatje volgen, en elk vakje krijgt het nummer van de kleur waar het het dichtst bij ligt. Het kind kleurt elk vakje met de kleur die bij dat nummer hoort, en zo komt het plaatje tevoorschijn.
Je stelt twee dingen in: hoeveel vakjes er komen, van 30 tot 400, en met hoeveel kleuren er gewerkt wordt, van 3 tot 12. Weinig vakjes en weinig kleuren geeft een rustig blad voor een kleuter; veel vakjes en veel kleuren geeft een klus waar een kind uit groep 4 een tijd zoet mee is.
Onder de tekening staat een legenda: per nummer een kleurvlakje en de naam van die kleur. Daardoor blijft het blad ook bruikbaar als je het in zwart-wit kopieert.
Voor groep 1/2 zet je het aantal vakjes laag, rond de dertig tot vijftig, en het aantal kleuren op drie of vier. De vakjes zijn dan groot genoeg voor een dik potlood en de nummers blijven onder de tien. In groep 3 kan het naar honderd vakjes en zes kleuren. Voor groep 4 mag het echt vol: twee- en driehonderd vakjes met acht of meer kleuren vraagt geduld en nauwkeurig kijken.
Elke foto kan, maar het resultaat verschilt. Een foto met een paar duidelijke, grote vormen — een dier, een gezicht dichtbij, een huis — geeft de rustigste vakjes. Een foto met heel veel kleine details wordt een blad vol kleine vakjes, en dan is het aantal vakjes juist de knop die je lager zet.
Wat je op het scherm ziet, is wat er uit de printer komt. Kies je een ander aantal vakjes of kleuren, dan wordt het blad meteen opnieuw getekend en zie je het verschil voor je print.
Print het werkblad en leg de legenda erbij, of laat die op het digibord staan. Het kind zoekt bij elk nummer de juiste kleur en kleurt het vakje. Wie klaar is, kan het eigen blad naast het antwoordblad leggen en zelf nakijken.
Je kunt de titel van het blad aanpassen door er in het voorbeeld op te klikken — handig als je er de naam van het thema of van de week boven wilt zetten.
Een foto met een paar duidelijke, grote vormen en genoeg verschil tussen licht en donker. Een dier, een gezicht van dichtbij of een gebouw werkt goed. Een heel drukke foto kan ook, maar zet dan het aantal vakjes lager, anders worden de vakjes te klein om in te kleuren.
Dertig tot vijftig vakjes met drie of vier kleuren. De vakjes zijn dan groot genoeg voor een dik potlood, en de nummers blijven eencijferig, dus het kind hoeft geen grote getallen te lezen.
Ja, en dat hoort er zo bij. Bij een echte kleurplaat op nummer staan er regelmatig twee vakjes met hetzelfde nummer naast elkaar; de lijn ertussen blijft gewoon staan. Dat maakt het inkleuren rustiger en het eindresultaat mooier dan wanneer alles aan elkaar geplakt zou worden.
Dezelfde tekening, maar dan met elk vakje al ingekleurd in de kleur van zijn nummer. Zo zie je in één oogopslag hoe het eruit hoort te zien, en kan een kind zijn eigen blad ernaast leggen. Er staat geen naam- en datumregel op: dat blad is voor de leerkracht.