Dit werkblad over kleuren mengen bestaat uit rijen kleursommen: twee gekleurde verfvegen met een plusteken ertussen, en achter het isgelijkteken een derde veeg die het kind zelf invult. Het kind kleurt die laatste veeg in met potlood of verf.
Er zijn vier opdrachten. Het resultaat inkleuren, de twee kleuren zoeken die samen de gegeven kleur maken, met een lijn de sommen aan de juiste uitkomst verbinden, of de naam van de kleur eronder schrijven.
De kleurset bepaalt hoe ver je gaat: alleen de basiskleuren, de basiskleuren met wit erbij, of ook de donkere mengsels met zwart. Verder kies je het aantal rijen en of de kleurnamen onder de vegen meegeprint worden.
Met alleen de basiskleuren zijn er drie sommen — rood met geel, geel met blauw en blauw met rood — en dat is precies genoeg voor groep 1 en 2. Met wit erbij komen de lichte kleuren in beeld, wat bij groep 3 past. De hele set met zwart erbij hoort bij groep 3 en 4. De opdracht waarbij het kind de naam opschrijft heeft een schrijflijn en is er dus vanaf groep 3.
Het blad werkt met kleurpotloden, met wasco en met verf. De antwoorden volgen de verfdoos en niet het beeldscherm, dus een iets ander paars is geen fout.
Op het antwoordblad zijn dezelfde rijen ingevuld met de kleur die eruit komt, en bij de verbindopdracht staan de lijnen getekend. Elke uitkomst komt op een blad maar één keer voor, dus een verbinding is echt goed of echt fout en niet toevallig allebei.
Begin met de basiskleuren: rood met geel wordt oranje, geel met blauw wordt groen, blauw met rood wordt paars. Dat zijn drie sommen die een kind van vier of vijf kan onthouden en herkennen.
In een verfdoos maken heel wat combinaties een soort bruin. Zou dat allemaal op het blad staan, dan is de vraag "welke twee kleuren maken dit?" niet meer na te kijken. Er staat daarom één som die bruin oplevert.
Ja, de namen onder de vegen zijn een vinkje. Laat je ze weg, dan gaat het puur om de kleur; zet je ze aan, dan lezen de jongste kinderen de woorden mee.
Links staan de sommen, rechts staan de uitkomsten door elkaar. Het kind trekt van elke som een lijn naar de kleur die de twee samen maken.