Op dit werkblad zet het kind getallen op volgorde. Boven elke rij staan de getallen door elkaar; eronder staat een rij vakjes waarin ze van laag naar hoog geschreven worden. Rond die vakjes staat een plaatje: een rijtje huisjes of een trein met wagons.
Je stelt het getalbereik in met één schuif, van 0 tot 10000 in ronde stappen. Daarnaast kies je 3, 4 of 5 getallen per rij, het aantal rijen, en of het van laag naar hoog gaat of andersom. Met "Alleen ronde getallen" blijven de getallen op tientallen, honderdtallen of duizendtallen, afhankelijk van hoe hoog het bereik gaat.
Een bereik tot 100 met drie getallen per rij hoort bij groep 3. Tot 1000 past bij groep 4 en 5, tot 10000 bij groep 6. Dat aantal bepaalt hoe zwaar een rij is: met vijf getallen moet het kind de hele rij overzien voordat het het eerste vakje invult. Staat "Alleen ronde getallen" aan, dan blijft een hoog bereik toch te doen.
Getalbegrip oefen je in kleine stapjes, dus houd het blad kort en print liever twee keer een blad van zes rijen dan één van twaalf. Kies bij "Plaatje" voor door elkaar, dan wisselen de huisjes en de trein per rij af. De schrijfvakjes blijven bij beide plaatjes precies gelijk, dus het plaatje verandert niets aan de opgave.
Op het antwoordblad zijn alle vakjes ingevuld, in dezelfde rijen en dezelfde volgorde als op het werkblad. Zo leg je de twee bladen naast elkaar en kijk je een rij in één oogopslag na, of laat je een kind zijn eigen werk nakijken.
Tot 10000. De schuif loopt in ronde stappen, zodat de onder- en bovengrens van je bereik ook rond uitkomen.
Ja, daar is een vinkje voor. De getallen blijven dezelfde; alleen de zin bij de rij draait om, zodat het kind aan de andere kant begint.
Drie, vier of vijf, en dat geldt voor het hele blad. Binnen een rij komt geen getal twee keer voor.
Dan passen er niet genoeg verschillende getallen in het bereik voor een rij zonder herhaling. Maak het bereik groter, kies minder getallen per rij, of zet "Alleen ronde getallen" uit.