Getallenlijn op het bord is een getallenlijn over de volle breedte van het digibord. Je tikt op een getal en sleept naar een ander getal, en er komt een boog met het verschil erbij, bijvoorbeeld +20. Zo teken je samen met de klas de sprongen die de methode vraagt.
Sprongen stapelen: na drie bogen staat er een hele som uitgewerkt. Voor 38 + 25 sleep je van 38 naar 58, dan naar 60 en dan naar 63. Een sprong naar links krijgt een minteken, en een misser haal je weg met één tik op de boog.
De lijn rondt je vinger af op het dichtstbijzijnde streepje en laat tijdens het slepen zien op welk getal je landt. Op een lijn tot 1000 kom je dus precies op 380 uit.
Meer werkbladen voor groep 3, groep 4, groep 5 en groep 6.
In groep 3 werk je op de lijn tot 20, in groep 4 op de lijn tot 100 en in groep 5 op de lijn tot 1000. In groep 6 kun je een eigen begin en eind kiezen, bijvoorbeeld van 0 tot 1 met tienden, of van −10 tot 10 voor negatieve getallen.
Kies het bereik en wat er bij de streepjes staat: alle getallen, de vijftallen, de tientallen, of alleen begin en eind. Druk op Op het digibord en alleen de lijn blijft over. Wil je de grootte van de sprongen niet laten zien, dan zet je dat uit, zodat de klas zelf bedenkt hoe groot een sprong is.
Met Verberg getallen komen er vraagtekens op de lijn. De klas zegt welk getal er onder het vraagteken hoort, en met een tik op het vraagteken komt het getal tevoorschijn. Je stelt in hoeveel getallen er verstopt worden.
Een lege lijn met alleen begin en eind is ook handig. Typ een getal, bijvoorbeeld 70, en de klas zoekt waar het ongeveer ligt. Daarna laat je zien waar het echt ligt.
Slepen is niet voor iedereen te doen. In de instellingen typ je ook twee getallen en teken je er een sprong mee, en de bogen en vraagtekens kun je met Tab en Enter bedienen.
Tik op een getal en sleep naar het getal waar je naartoe springt. Er komt een boog met het verschil erbij. Sleep daarna verder vanaf het getal waar je landde; de bogen blijven netjes naast elkaar staan.
Tik op de boog of op het getal erboven. Alleen die sprong verdwijnt, de andere bogen blijven staan. Met Wis de sprongen haal je ze allemaal tegelijk weg.
Ja. Met Verberg getallen komen er vraagtekens op de lijn. De klas zegt welk getal er hoort, en met een tik op het vraagteken laat je het getal zien.
Ja. Kies bij bereik Zelf begin en eind en vul bijvoorbeeld 0 tot 1 in voor tienden, of −10 tot 10 voor negatieve getallen. De streepjes volgen het bereik, en kommagetallen staan met een komma.
Ja. Je kunt slepen met je vinger, een digibordpen of de muis. De lijn rondt af op het dichtstbijzijnde streepje en toont het getal waarop je landt.