Met deze generator maak je een werkblad rekenen met geld, met getekende munten en briefjes op het blad. Het kind ziet dus wat er ligt en hoeft niet eerst een verhaal te lezen voordat het kan rekenen.
Je kiest één opdracht voor het hele blad. Tellen hoeveel geld er ligt, een bedrag betalen door op te schrijven wat je daarvoor neerlegt, of het wisselgeld uitrekenen bij een prijs en wat er betaald is.
Verder stel je in tot welk bedrag de sommen gaan — tot 10, 20, 50 of 100 euro — of er ook centen in voorkomen, of de kleine muntjes van 1 en 2 cent meedoen, en hoeveel rijen er op het blad komen.
Tellen en betalen met hele euro’s tot 10 of 20 hoort bij groep 3 en 4. Zet je de centen aan, dan komen er bedragen als € 3,45 bij en hoort het blad bij groep 5. Wisselgeld is de zwaarste opdracht: daar reken je van een prijs naar wat je terugkrijgt, en dat past bij groep 5 en 6.
De munten en briefjes zijn getekende blokjes met het bedrag erop, dus het blad kopieert netjes in zwart-wit. Wil je het er echt uit laten zien, dan zet je de briefjes op de echte afbeeldingen; dat werkt het mooist met een kleurenprinter.
Bij tellen staat het totaalbedrag erbij, bij wisselgeld het bedrag dat terugkomt. Bij betalen laat het antwoordblad de muntset zien waarmee je betaalt: eerst de grootste briefjes en munten, dan de kleinere, tot het bedrag klopt. Andere combinaties kunnen ook kloppen, dus kijk mee als een kind het anders oplost.
Standaard staan er getekende blokjes met het bedrag erop, zodat het blad goed kopieert in zwart-wit. Voor de briefjes kun je de echte afbeeldingen aanzetten met een vinkje.
Ja. Zet je "Ook centen" aan, dan eindigen de bedragen op centen en komen de kleinere munten erbij. De muntjes van 1 en 2 cent zet je er apart bij.
Kies de opdracht wisselgeld. Elke rij geeft een prijs en het bedrag dat betaald is, en het kind schrijft op wat het terugkrijgt.
Tot 10, 20, 50 of 100 euro. Bij wisselgeld blijft het betaalde bedrag binnen wat met één briefje te betalen is, zodat de som te overzien blijft.