Hier maak je zelf een ganzenbord om te printen, met op elk vakje een som of een paar woorden om te lezen. De kinderen gooien met een dobbelsteen, zetten hun pion op het vakje waar ze uitkomen en zeggen het antwoord hardop, of lezen de woorden voor. Wie het goed heeft, blijft staan; wie het fout heeft, gaat terug naar waar hij stond. Zo oefenen ze de tafels, de plus- en minsommen of hun leeswoorden zonder dat het een werkblad lijkt.
Je kiest zelf wat er geoefend wordt: plus, min, keer en delen, los of door elkaar. Bij keer en delen vink je de tafels aan, van 1 tot en met 10; delen is precies de omgekeerde tafel, dus elke deelsom komt mooi uit. Bij plus en min kies je tot 10, 20, 100 of 500, en of de sommen over het tiental gaan. Wat er geoefend wordt staat rechtsboven op het bord, bijvoorbeeld "Tafels 1–5".
Kies je lezen, dan vink je de spellingcategorieën aan die je wilt oefenen, van korte woorden als kat en bos in groep 3 tot woorden met -tie of een trema in groep 5 en 6. De woorden komen door elkaar op het pad, één tot vijf per vakje, en geen woord staat twee keer op hetzelfde bord. Je kunt ook eigen woorden toevoegen, zoals de woorden van deze week, of een woord weglaten dat je niet op je borden wilt.
Het pad slingert van Start naar Finish over het hele blad, met vakjes die om en om van kleur wisselen; je kiest zelf welke twee kleuren. Op een paar vakjes staat geen som maar een opdracht uit het echte ganzenbord: nog een keer gooien, 2 terug of een beurt overslaan.
Meer werkbladen voor groep 3, groep 4, groep 5 en groep 6.
In groep 3 speel je met plus en min tot 10 of 20, of met een leesbord van korte woorden. In groep 4 en 5 komen de tafels erbij, eerst keer en daarna ook delen, en leeswoorden met be-, ge- en ver- of twee klankgroepen. In groep 5 en 6 werkt het bord met plus en min tot 100 of 500 goed als herhaling. Grote sommen duren langer om uit te rekenen en meer woorden op een vakje duren langer om te lezen, daarom krijgt zo'n bord vanzelf minder vakjes.
Print één bord per groepje van twee tot vier kinderen en geef ze een dobbelsteen en een pion per kind. Een normaal spel duurt met twee kinderen ongeveer tien tot vijftien minuten; kies kort voor een tussendoortje en lang voor een hele rekenles. Met "Nieuw bord" maak je een ander bord met dezelfde instellingen, zodat elk groepje andere sommen heeft.
Het bord heeft geen naam- of datumregel: het wordt niet ingeleverd. Plastificeer het en je kunt het jaren gebruiken.
Bij een rekenbord is het antwoordblad hetzelfde bord, met in elk vakje de som klein en het antwoord groot eronder. De vakjes staan op precies dezelfde plek, dus een kind dat twijfelt kan het antwoord opzoeken, of je legt het antwoordblad bij een groepje dat zonder jou speelt. Een leesbord heeft geen antwoordblad: de woorden zelf zijn de opdracht.
Om de beurt gooi je met een dobbelsteen en zet je je pion zoveel vakjes verder. Je zegt het antwoord van de som op dat vakje; is het fout, dan ga je terug naar waar je stond. Wie het eerst bij Finish is, heeft gewonnen.
Ja. Vink keer en delen allebei aan en kies de tafels. Een deelsom is de omgekeerde tafel, bijvoorbeeld 12 : 4, dus het antwoord is een heel getal.
Dat hangt af van wat er geoefend wordt en de lengte van het spel. Met de tafels of sommen tot 20 heeft een normaal bord 60 vakjes, met sommen tot 100 zijn het er 50 en tot 500 zijn het er 40, omdat grote sommen langer duren. Een leesbord met één woord per vakje heeft 50 vakjes en met vijf woorden per vakje 28. Start, Finish en de speciale vakjes tellen niet mee.
Ja. Kies bij Soort bord voor lezen en vink de spellingcategorieën aan, bijvoorbeeld korte woorden, -ng en -nk. Op elk vakje komen één tot vijf woorden die het kind hardop leest. Eigen woorden kun je toevoegen; die komen op elk bord.
Ja. De twee kleuren van elk kleurenschema zijn zo gekozen dat ze ook in grijs duidelijk van elkaar verschillen, en de sommen en woorden staan in zwart op een lichte achtergrond, dus ze blijven leesbaar.