Rekenen met datums en de kalender

Met deze generator maak je een werkblad om met de kalender te rekenen: tel een aantal dagen op bij een datum, reken terug naar een eerdere datum, of bereken hoeveel dagen — of hoeveel weken en dagen — er tussen twee datums zitten. Achter elke vraag staat een schrijflijn, en er hoort een antwoordblad bij.

Je vinkt zelf aan welke soorten vragen meedoen: vooruit tellen, terugtellen, dagen ertussen, weken en dagen ertussen, welke dag van de week een datum is, en hoeveel dagen een maand heeft.

Verder stel je in of een vraag binnen één maand blijft of juist over een maandgrens heen gaat, of 29 februari mag meetellen, in welk jaar het blad rekent en of de maand voluit of in cijfers geschreven wordt. Dezelfde vraag komt nooit twee keer op één blad.

Voor welke groep

Vanaf groep 5 kennen kinderen de maanden en hun lengte, en kun je binnen één maand vooruit en terug tellen. In groep 6 en 7 komt het rekenen over de maandgrens heen erbij: dat is de eigenlijke opgave, want de maanden zijn niet even lang en je kunt er dus niet met tientallen doorheen. Groep 8 gebruikt het blad om die vaardigheid te onderhouden, met langere sprongen en de sprong over de jaarwisseling.

Waarom de maandgrens het moeilijke stuk is

Zolang een som binnen één maand blijft, is 12 maart plus 10 dagen gewoon 22 maart. Zodra je de maand uit gaat moet een kind weten hoeveel dagen die maand heeft: 28 december plus 10 dagen is 7 januari, niet 38 december. Zet daarom de vinkjes zo dat je eerst binnen één maand oefent en pas daarna over de grens heen.

29 februari

Het schrikkeljaar staat standaard uit: geen enkele vraag telt dan over een 29 februari heen, ook niet als het ingestelde jaar er een is. Zet het vinkje aan als je de schrikkeldag juist wilt oefenen — dan klopt 28 februari plus één dag in 2024 op 29 februari, en in 2023 op 1 maart.

Het jaar staat op het blad

Het jaar waarin gerekend wordt staat boven aan het blad. Het wordt bij je instellingen bewaard zodra je iets aan het blad verandert, en loopt daarna niet vanzelf met de kalender mee: zet je het op 2026, dan blijft het in januari 2026 staan. De vragen zelf worden bij elk bezoek opnieuw getrokken, dus print het blad dat je wilt gebruiken meteen uit.

Wat staat er op het antwoordblad

Het antwoordblad is hetzelfde blad met het antwoord op de lijn, in dezelfde volgorde en met dezelfde paginaverdeling. Een datum staat er in dezelfde schrijfwijze als in de vraag, en bij "weken en dagen" staat er bijvoorbeeld 6 weken en 3 dagen.

Veelgestelde vragen

Welke soorten datumsommen kan ik op het blad zetten?

Zes soorten: een aantal dagen bij een datum optellen, een aantal dagen terugtellen, het aantal dagen tussen twee datums, datzelfde verschil in weken en dagen, welke dag van de week een datum is, en hoeveel dagen een maand heeft. Je vinkt per soort aan wat meedoet.

Blijven de sommen binnen één maand?

Dat kies je zelf. Bij "binnen één maand" ligt elke vraag met beide datums in dezelfde maand; bij "over een maandgrens heen" gaat elke vraag juist de maand uit, en de jaarwisseling telt daarbij ook als maandgrens.

Hoe gaat het blad om met 29 februari?

Standaard komt de schrikkeldag niet voor: geen enkele som telt eroverheen. Zet je het vinkje aan, dan wordt 29 februari gewoon meegerekend in de jaren die hem hebben.

Kan ik de datums in cijfers laten schrijven?

Ja. Je kiest tussen de maand voluit, zoals 12 maart, en de cijfervorm 12-03. De vragen blijven precies dezelfde; alleen de schrijfwijze verandert.

Alle werkbladen van Tessa's Werkbladen