Met deze generator maak je een breuken werkblad waarop bij elke opgave een getekende vorm staat: een cirkel, een balk of een rooster, verdeeld in gelijke delen. Het kind ziet dus wat een breuk is en werkt daarna met het getal erbij.
Je kiest één soort opgave per blad. Inkleuren, de breuk benoemen, gelijkwaardige breuken maken, vergelijken welke groter of kleiner is, op volgorde zetten, of optellen met gelijke of ongelijke noemers. De opdrachtzin hoort bij de soort die je kiest, dus het blad legt zichzelf uit.
Daarnaast vink je aan welke noemers mogen voorkomen en hoeveel opgaven er op het blad komen. Bij vergelijken en op volgorde zetten stel je ook in of de breuken binnen één opgave dezelfde noemer hebben of niet.
Inkleuren en benoemen met kleine noemers past bij groep 5. Gelijkwaardig maken, vergelijken en op volgorde zetten horen bij groep 6. Optellen met gelijke noemers zit rond groep 6 en 7; zet je de noemers binnen een opgave op ongelijknamig, dan is het groep 7 en 8.
Zet de noemers laag voor de instructie en hoger voor de weektaak. Zo print je van dezelfde soort opgave een blad voor de verlengde instructie en een zwaarder blad voor de kinderen die door kunnen. Voor de aanleerfase van optellen is er een aparte soort waarbij het antwoord als derde vorm op het blad staat, zodat het kind de som ook inkleurt.
Het antwoordblad is hetzelfde blad met alles ingevuld: de breuken geschreven, de bolletjes gekleurd en de vormen gearceerd. Bij het optellen staat de uitkomst over de noemer van het blad, en als die te vereenvoudigen is, staat de kortere vorm erachter.
Vanaf groep 5, met inkleuren en benoemen over kleine noemers zoals halven, derden en vierden. Vergelijken en ordenen komen in groep 6, ongelijknamig optellen in groep 7 en 8.
Ja, en dat is ook de bedoeling: er staat er één op een blad, met de bijbehorende opdrachtzin bovenaan. Een blad met van alles door elkaar heeft geen opdracht die klopt.
Ja. Kies het optellen met ongelijke noemer, of zet bij vergelijken en volgorde de noemers binnen een opgave op ongelijknamig. Vink daarbij genoeg noemers aan, anders valt er weinig te kiezen.
Een cirkel, een balk of een rooster. Je kiest er één voor het hele blad, zodat de kinderen de vorm herkennen en de bladen naast elkaar te leggen zijn.